De Magie van Textuur: Waarom Imperfectie Wint

De Magie van Textuur: Waarom Imperfectie Wint

Vlakke prints maken plaats voor tastbaar werk. Over de terugkeer van textuur, wabi-sabi en de schoonheid van de hand.

Vorige week stond er een vrouw in mijn atelier die met haar vingers over een doek streek voordat ze het goed en wel had bekeken. Niet om het aan te raken — ze kon er gewoon niet mee stoppen. De verf zat dik, de randen waren ruw, en ergens halverwege had ik een laag laten barsten zodat de kleur eronder doorscheen. 'Dit leeft,' zei ze. En ik dacht: ja. Precies daarom maak ik het zo.

Het einde van de vlakke muur

Er is iets aan het verschuiven in hoe we naar kunst in huis kijken. Jarenlang domineerden gladde prints het interieur — scherp, vlak, inwisselbaar. Mooi om te zien op Instagram, maar zodra je er in het echt voor stond voelde het als behang met een prijskaartje. In 2026 kantelt dat. De grote interieurmagazines, van Dezeen tot Elle Decoration, signaleren een honger naar tactiliteit. Naar werk dat je niet alleen met je ogen ervaart, maar bijna met je handen.

Het sleutelwoord is textuur. Dikke verflagen, zichtbare penseelstreken, oppervlakken die het licht vangen en weer loslaten als je erdoor beweegt. Impasto-technieken die eerder als ouderwets golden, zijn nu precies waar verzamelaars naar zoeken. Niet omdat het trendy is, maar omdat we na jaren in een digitale wereld weer iets willen voelen dat echt is.

Wabi-sabi: de moed van het onperfecte

De Japanners hebben er een woord voor: wabi-sabi. De schoonheid van vergankelijkheid, van onregelmatigheid, van dingen die de sporen dragen van hun ontstaan. Een scheurtje in keramiek. Een onregelmatige lijn in textiel. Een verflaag die barst omdat de kunstenaar haar liet barsten.

Apartment Therapy noemde wabi-sabi een van de meest invloedrijke designbewegingen van dit moment, en dat zie ik terug bij elke klant die mijn atelier binnenstapt. Ze willen geen perfectie meer. Ze willen karakter. Ze willen een muur die vertelt dat er iemand heeft gestaan met verf aan haar handen en een gevoel in haar buik.

Rustig atelierhoekje met witgekalkte bakstenen muren en natuurlijke pigmenten op een werkbank

Wat textuur doet met een ruimte

Een vlakke print reflecteert licht op één manier — altijd hetzelfde, altijd voorspelbaar. Een getextureerd schilderij doet iets heel anders. Het speelt met licht. 's Ochtends, als de zon laag binnenkomt, ontstaan er schaduwen in de verflagen die er om twee uur 's middags niet meer zijn. Het werk verandert mee met de dag, met het seizoen, met hoe jij ervoor staat.

Dat is geen bijzaak — het is de kern. Neurologisch onderzoek bevestigt dat onze hersenen sterker reageren op tactiele visuele prikkels dan op vlakke beelden. Een oppervlak met diepte activeert dezelfde hersengebieden als daadwerkelijke aanraking. Je voelt het, ook als je het niet aanraakt. Dat is de reden waarom je hand automatisch naar een dik beschilderd doek reikt voordat je hoofd toestemming heeft gegeven.

Hoe ik textuur bouw

In mijn atelier werk ik met lagen — soms vijf, soms tien. De eerste laag is vaak dun, vloeiend, bijna als een aquarel. Daarna bouw ik op: dikkere verf, natuurlijke pigmenten, soms een mengsel van acryl en medium dat ik met een paletmes op het doek druk. Tussendoor laat ik lagen drogen, kras ik er doorheen, laat ik bewust barsten ontstaan.

Bij mijn Ethnic Brown 3-luik zie je dat proces het duidelijkst. De tribale vormen zijn niet gestileerd op een computer — ze zijn met de hand gezet, in één sessie, met alle onregelmatigheden die daarbij horen. De ene lijn is iets dikker dan de andere. De ene vleugelvorm is niet identiek aan zijn tegenhanger. En juist daardoor klopt het. Zoals een handgeschreven brief meer zegt dan een e-mail.

Textuur kiezen voor jouw huis

Als je overweegt om textuur in je interieur te brengen, begin dan bij de ruimte die het meest baat heeft bij warmte. Vaak is dat de woonkamer of de hal — plekken waar je dagelijks voorbijkomt en waar een getextureerd werk een stil rustpunt wordt.

Kies werk met materialen die je kunt voelen — zelfs als je ze niet aanraakt. Zichtbare penseelstreken, reliëf, kleurlagen die doorschijnen. En durf te kiezen voor iets dat niet perfect is. De barst in de verflaag, de onverwachte kleuraccent, de rand die niet helemaal recht loopt — dat zijn de dingen die een werk levend houden. Jaar na jaar.

Imperfectie als luxe

We zijn zo gewend aan het gladde, het digitale, het geoptimaliseerde, dat we vergeten zijn hoe bevrijdend het is om iets rauw in huis te hebben. Een werk dat niet uit een printer komt maar uit iemands handen. Dat niet perfect is, maar precies goed.

Bekijk mijn collectie originelen en voel het verschil. Of kom langs in het atelier — want textuur begrijp je pas echt als je ervoor staat.

Met liefde,

Dinah