Vanochtend in mijn atelier stond ik even stil bij één van mijn eigen werken — een doek dat daar al de hele winter aan de wand hing. Diep, donker, gelaagd. In het zachte voorjaarslicht voelde het ineens te zwaar. Niet verkeerd, gewoon niet meer passend. Ik haalde het voorzichtig van de muur en hing er iets lichters op. En opeens ademde de hele ruimte anders.
Het huis wil ook wakker worden
April is het moment waarop alles om ons heen verschuift. De zon staat hoger, de dagen zijn langer, en de tulpen buiten openen zich in een tempo dat ik bij elk raam in mijn atelier kan volgen. Ons lichaam reageert op dat licht — we slapen anders, we eten lichter, we verlangen naar ruimte. Alleen ons interieur blijft vaak nog in winterstand. Dezelfde zware plaid, dezelfde donkere tinten aan de wand, dezelfde sfeer die vier maanden geleden juist zo geruststellend voelde.
De trendwatchers van Dezeen en Homes & Gardens noemen het voor 2026 layered updates: geen complete make-over, geen nieuwe meubels, geen muren opnieuw verven. Het huis verandert door de details die je wél verschuift. Een tapijt rolt op. Een kussen wisselt van stof. Een kunstwerk keert terug naar de kast, een ander komt tevoorschijn.
Kunst is je snelste sfeerwissel
Van alles wat je in huis kunt ruilen, is kunst met afstand het krachtigst. Een schilderij beslaat vaak minder dan een vierkante meter, en toch bepaalt het de stemming van de hele kamer. Wissel je het, dan kantelt letterlijk alles — het licht lijkt anders te vallen, de bank krijgt een andere toon, zelfs de planten ogen anders.

Dit is geen nieuwe gedachte. Tijdens de Milan Design Week van dit jaar presenteerde Nilufar Gallery de tentoonstelling La Casa Magica, waarin het huis wordt gezien als een ritueel: een plek die met ons meeademt, meebeweegt, zich aanpast aan wat we op dat moment nodig hebben. Een kunstwerk roteren is precies zo'n ritueel. Klein van gebaar, groot van effect.
Wat vraagt de lente van je muur?
Als ik mijn klanten vraag hoe de lente voor hen voelt, komen er bijna altijd dezelfde woorden: licht, open, zachter, hoopvol. Dat vertaalt zich niet in dunne pastels — integendeel. In 2026 zie ik de warme neutrals terugkomen: karamel, crème, terracotta, olijfgroen. Eronder blijft diepte schuilgaan, maar de bovenlaag ademt.
Voor de muur betekent dat: kies werken met beweging, met wit of een lichte grond die als ademruimte werkt, met een enkele diepe toon als anker. Een schilderij dat niet schreeuwt, maar opent.
Een ritueel, geen klus
Roteren hoeft geen project te zijn. Ik raad mijn klanten altijd aan om het simpel te houden: één zondagochtend, één muur, één besluit. Haal het huidige werk eraf. Zet het tegen de wand. Houd een ander werk op z'n plek. Kijk. Wacht. Voel. Soms zie je meteen dat het klopt, soms heb je een kop thee nodig om zeker te weten wat het huis wil.
Wat je niet ophangt verdwijnt niet. Die doeken gaan naar de kast, de gang, het trappenhuis. In het najaar keren ze terug — en dan voelt het weer als eerste ontmoeting.
Begin klein
Bij DNH ontmoet ik regelmatig mensen die een volledige kunstgarderobe opbouwen: twee à drie originele werken die ze door het jaar heen afwisselen. Het begint altijd met één doek dat hen raakt. Begin daar. Laat de lente jouw eerste aanleiding zijn. Bekijk de collectie, boek een moment in het atelier, of stuur me een bericht met een foto van je muur — dan kijk ik mee.

